Tomaten op zonne-energie
Innovatieve serre van Tomato Masters werpt nieuw licht op duurzame teelt
In de serres van Tomato Masters in Deinze zweven boven de tomatenplanten kleine, kleurrijke panelen die het zonlicht filteren in tinten paars, blauw en roze. Een jaar na de start van het pilootproject blijkt dat die innovatieve technologie meer doet dan groene stroom opwekken: de planten gedijen ook beter. Daarmee opent het project nieuwe perspectieven voor de toekomst van de Vlaamse glastuinbouw. “De energie-uitdaging in onze sector is groot. Dan moet je durven experimenteren”, zegt tomatenteler Tom Vlaemynck.
Een jaar en één maand na de opstart blikt Tom Vlaemynck, medezaakvoerder van Tomato Masters, tevreden terug. “We zijn hieraan begonnen met één duidelijke reden: we weten dat we op termijn weg moeten van fossiele brandstoffen zoals aardgas”, zegt hij. “Vandaag draaien onze warmtekrachtkoppelingen nog op gas, maar dat verhaal is eindig. Daarom zoeken we nu al naar oplossingen voor morgen.”
Die oefening staat niet op zichzelf. Binnen de telersgroep Tomeco, waar Tomato Masters deel van uitmaakt, wordt actief gezocht naar manieren om energie duurzamer én betaalbaar te maken in een sector met een grote energiebehoefte. “We weten dat we in de toekomst meer elektriciteit zullen gebruiken. Dan moet je ook nadenken over hoe je die lokaal en efficiënt kan opwekken.”
Het project met de serrepanelen kadert in die bredere zoektocht. Het werd opgezet samen met de Zwitserse technologieleverancier Voltiris en partners uit onderzoek en sector. In de serre gaat het om een pilootinstallatie van 32 compacte zonnepanelen, goed voor zo’n 250 m² teeltoppervlakte. Daarmee zet Tomato Masters bewust in op praktijkervaring. “We willen vooroplopen. Door nu te testen en te leren, bouwen we kennis op die we later kunnen gebruiken om te schalen als dat zinvol blijkt.”
Zonlicht slim splitsen
De innovatie in de serre is geen klassiek zonnepaneel op het dak. De panelen hangen ín de serre, boven de planten. Het systeem werkt met filters die het zonlicht ‘splitsen’. Ze laten het zogenaamde PAR-licht, dat planten nodig hebben voor fotosynthese, door. De rest, vooral warmtestraling, wordt gereflecteerd naar kleine zonnepanelen die het omzetten in elektriciteit. “Zo krijgen de planten exact wat ze nodig hebben om te groeien, en gebruiken wij de rest om energie op te wekken. Dat maakt het systeem uniek.”
Na een volledig teeltjaar zijn de eerste conclusies opvallend positief. “Op een meter afstand zag je letterlijk het verschil: planten onder de panelen stonden sterker, oogden frisser en hadden minder stress. Dat heeft alles te maken met temperatuur en licht. Door een deel van de warmtestraling weg te nemen, warmen de planten minder op. Ze verdampen minder water en blijven vitaler, zeker tijdens warme periodes. Tomaten houden van licht, maar niet van extreme hitte. Als je die pieken kan afvlakken, helpt dat de kwaliteit van de vruchten.”
Meer energie dan verwacht
Ook op het vlak van energieproductie zijn de resultaten bemoedigend. De installatie met 32 panelen leverde gemiddeld 140 watt per paneel op, goed voor een totaalvermogen van ongeveer 4,5 kW. “Dat is zelfs iets beter dan voorspeld. Een mooie bevestiging dat het systeem doet wat het belooft.” De panelen draaien bovendien mee met de zon, waardoor ze maximaal rendement halen uit het beschikbare licht. En ook praktisch blijken ze robuust: ze doorstonden probleemloos een schoonmaakbeurt tijdens de teeltwissel. “Het is een mechanisch systeem, maar het blijkt helemaal niet storingsgevoelig. Dat was vooraf toch een bezorgdheid.”
Een minder zichtbaar, maar potentieel belangrijk effect zit in het klimaatbeheer van de serre. Doordat het onder de panelen iets koeler blijft, moeten telers minder snel verluchten. En dat heeft een bijkomend voordeel: CO₂, nodig voor plantengroei, blijft langer in de serre. Vlaemynck: “In klassieke serres wordt CO₂ vaak toegevoegd via de verbranding van aardgas in WKK-installaties. Maar als ramen openstaan om warmte van de zon kwijt te raken, ontsnapt die CO₂ weer. Als je het koeler kan houden, kan je ramen langer dicht houden en de CO₂ beter benutten. Dat is iets wat we in de toekomst nog beter willen meten.”
De serre van morgen
Het pilootproject loopt verder, met meer metingen en gedetailleerdere opvolging van het gewas. De ambitie is duidelijk: ervaring opbouwen om klaar te zijn voor opschaling. “Als dit systeem zich blijft bewijzen, willen we het op grotere schaal inzetten.” Toch ziet Tom Vlaemynck het niet als dé enige oplossing. “De energie-uitdaging in de glastuinbouw is complex. Elektriciteit kan je deels zelf opwekken, maar de warmtevraag blijft. We zullen verschillende technieken moeten combineren: warmtepompen, restwarmte, misschien CO₂ uit de buitenlucht of uit andere industrieën. Er bestaat geen mirakeloplossing.”
Tomeco experimenteert al langer met verschillende innovaties: van ledbelichting in de serre tot batterijsystemen, elektrische toepassingen en zelfs drijvende zonnepanelen op waterbassins. Ook het uitwisselen van energie en warmte met andere bedrijven werd al getest. “Een serre krijgt eigenlijk meer energie van de zon dan ze zelf gebruikt”, besluit Vlaemynck. “De kunst is om die energie zo slim mogelijk te benutten.” Met deze eerste resultaten lijkt dat alvast een stap dichterbij. En dat is goed nieuws voor wie duurzame groenten uit eigen streek belangrijk vindt.
Beeldmateriaal
Voor meer info
RCA PR I Yannick Speelmans I Tel. 0497 66 08 86 I yannick.speelmans@rcapr.be



